NL / FR / EN

<Overview

Locatie: Sint-Baafs-Vijve
Discipline: Urbanisme & ontwerp, Waterbouw
Periode: 2020 - ...

Leiewerken Sint-Baafs-Vijve tot Deinze

De kalibratie (verbreding en verdieping) van de Leie kadert binnen het ruimere Seine-Scheldeproject. Dit omvat de realisatie van een binnenvaartverbinding voor grotere schepen (CEMT-klasse Vb) tussen het Seinebekken in het zuiden (Parijs, Rouen, Le Havre) en het Scheldebekken en de Noordzeehavens in het noorden (Antwerpen, Gent, Zeebrugge, Amsterdam, Rotterdam). De Leie-as als binnenvaartroute tussen Gent en de Franse grens heeft een totale lengte van 71 km en is onderverdeeld in 7 secties of panden (van afwaarts naar opwaarts). Het studiegebied van onderhavige opdracht strekt zich uit over ‘Pand 140’ langs de Leie, tussen de sluis van Sint-Baafs-Vijve (opwaarts) en de zwaaikom Noorderwal te Deinze (afwaarts). SBE neemt de volledige studie op zich, alsook de opvolging van de werken.

Naast de verbreding en verdieping van de Leie worden de oevers ook ingericht met het oog op de optimalisatie van de waterbeheersing, natuur, recreatie, erfgoed en landschap. De noodzakelijke werken voor de economische vooruitgang worden bijgevolg aangegrepen om ook de oevers maximaal in te richten. Dit betekent dat een goed ecologisch potentieel wordt bereikt en dat er terug ruimte voor water wordt gecreëerd. Bij het project moet steeds een evenwicht gevonden worden tussen de verschillende disciplines: het nautische aspect, het landschappelijke, het ecologische en het recreatieve luik.

Voor pand 140 werd een uitgebreide nautische studie uitgevoerd omdat de opeenvolgende bochten niet te scherp mogen zijn voor de passage van de grotere schepen in de toekomst. Bovendien wordt er getracht om zo veel mogelijk ruimte te creëren voor de natuurlijke inrichting van de oevers. De bruggen en kademuren blijven behouden en zijn bijgevolg een harde randvoorwaarde voor de nautische studie. De nieuwe vaaras dient als basis voor het uitwerken van de oevers.

Het doel van de groene oevers is het creëren van bijkomende typische riviergebonden habitat, rust of foerageerplaats voor allerlei soorten. Noemenswaardig zijn de ingrepen ten behoeve van vissen, waar de nieuwe oevers zowel paai, rust als foerageerplaats aanbieden. Deze worden verspreid over de gehele lengte van de Leie en bestaan uit een ruim gamma aan natte oeverzones en door de vooroevers afgescheiden delen, met verschillende waterdieptes, stroomsnelheden en begroeiing als gevolg. Om te voorkomen dat de vooroevers een barrière vormen voor zowel land- als waterdieren, reptielen en amfibieën zijn er fauna-uitstapplaatsen ontworpen. Maar ook landdieren zullen baat hebben bij de nieuwe oevers wegens de dichte link met de Leie. Door de nieuwe oevers zal de recreatiewaarde voor wandelaars en fietsers enorm verhogen.

SBE focuste zich zowel op de natuurvriendelijke inrichting van de oevers als op de technische uitwerking ervan. De vooroever werd gedimensioneerd op de voorkomende golfbelastingen ten gevolge van passerende schepen. De oever zelf werd volledig ontworpen rekening houdend met de mogelijk voorkomende belastingen en de lokale randvoorwaarden. En dit met de afweging van de verschillende disciplines in het achterhoofd.

De taken van SBE zijn concreet:

  • De inventarisatie, opmeting & het aanvullen van kennisleemtes;
  • Het opmaken van een ontwerp voor de oevers, de vaarweg en de aanhorigheden;
  • Het opmaken van een aanbestedingsklaar dossier;
  • Het opmaken van een aanvraagdossier voor de omgevingsvergunning;
  • Het opmaken van de uitvoeringsstudie;
  • De opvolging van de uitvoering van de werken.